How materialism makes us sad

Tanya Gold
The Guardian, Wednesday 7 May 2014

The more we spend, the less happy we are. Can this explain why affluent politicians insist on taking from the poor?

Money is a brutalising agent and a paranoiac drug.

Graham Music, a psychotherapist, has written a book called The Good Life: Wellbeing and the New Science of Altruism, Selfishness and Immorality. It confirms, through use of data collected by scientists over the last 40 years, what we have all long suspected from anecdote and our own eyes: the materialistic tend to be unhappy, those with material goods will remain unhappy, and the market feeds on unhappiness. It is an outreach programme for personal and political desolation; and it is, so far, an outstanding success. Peel away the images of the gaudy objects and find instead a condition. Reading Vanity Fair, I deduce, is now mere collusion with the broken.

Continue Reading->

Het managen van grenzen aan de groei

Ik merk in Nederland weinig van het werk van Elinor Ostrom. De Amerikaanse professor Elinor Ostrom (1933-2012) heeft in 2009 als eerste vrouw een Nobelprijs voor de economie gewonnen. Het onderzoek van Elinor Ostrom besteedt aandacht aan de omgang van samenlevingen met ecosystemen. Zij kwam tot de conclusie dat veel maatschappijen een manier van omgang weten te creeëren waarbij voorkomen wordt dat voorraden uitgeput raken. Hierbij legde zij er nadruk op dat het politieke bestuur hierbij niet altijd even effectief is, het organiserend vermogen vanuit de samenleving zelf is soms veel effectiever.

Onze overheid is druk bezig om allerlei taken af te stoten en de burger op te peppen tot participatie. Ik heb het gevoel dat Elinor Ostrom voor een heleboel taken handvatten aanreikt op lokaal gemeenschapsniveau om die zaken goed te organiseren. Het is op z’n minst het proberen waard.

Er is meer naast de Publieke en de Private Zaak ….

Volgens Elinor Ostrom, kunnen goederen en diensten in vier categorieën langs twee dimensies worden ingedeeld:

  • Uitsluiting van mogelijke begunstigden
    Uitsluiting refereert aan hoe moeilijk het is om personen uit te sluiten van het gebruik van een goed of een dienst.
  • Vermindering van beschikbaarheid
    Vermindering refereert naar de mate dat consumptie van de ene persoon de beschikbaarheid van het goed of de dienst voor consumptie van anderen vermindert

PowerPoint Presentation

Voorbeelden:

Clubgoederen:              Theaters, sport- of hobby-clubs

Publieke goederen:        Vrede en veiligheid, defensie, kennis, brandweer, weersvoorspellingen

Private goederen:           Voedsel, kleding, auto’s

Collectieve Goederen:    Drinkwatervoorzieningen, meren, lucht, bossen, visgebieden, energie, niet-recyclebaar
afval, parkeerplaatsen

Hier zien we al één karakteristiek van haar werk. In dit simpele plaatje zitten al twee stromingen (communistisch, socialistisch en liberaal) braaf naast elkaar, die al heel lang elkaar de koppen in aan het slaan zijn. Voor het eerst wordt er gekeken wat werkt beter en waarom en waar geen van beide een goede oplossing bieden, is er een alternatief.

Laatste opmerking, dit schema wekt de indruk dat de aard van de goederen bepaald in welk kwadrant de goederen terecht komen, maar er is altijd een keuze of systeemcondities, die afwijkingen (met natuurlijk een aantal nadelen) mogelijk of noodzakelijk maken.

Het totaal systeem

Elinor Ostrom beschrijft collectieve goederen systemen (“Common Resource Pools”) als een open ecosysteem. Hieronder zie je het plaatje:

PowerPoint Presentation

Het systeem zit ingebed in een hogerliggend systeem, dat sociaal-economische en politieke randvoorwaarden bepaald (S). Verder is er een resource system, bijvoorbeeld een meer en daarin zwemmen vissen (resource units). Users (vissers) vangen de vissen uit het meer (interactie 1) en zeer vaak dreigt het meer overbevist te raken (interactie 2), waardoor de gebruikers op termijn onvoldoende inkomsten en eten uit het meer kunnen halen (uitkomst oude situatie).  Wat voor een regels (governance systeem) moeten we afspreken om deze situatie te voorkomen? Elinor Ostrom heeft dit systeem nog veel verder uitgewerkt en allerlei aspecten  geïdentificeerd, die in een analyse en herontwerp moeten worden meegenomen. Deze zijn niet vermeld, maar bij gebruik is het een waardevol overzicht, waarvan moet overwogen om deze wel of niet mee te nemen.

Niet door de overheid, maar door de gemeenschap

Opvallend is dat dit “governance” systeem niet door de overheid is opgelegd, maar spontaan door zelforganisatie in de gemeenschap ontstaat. Verder valt op dat het een lerend systeem is, als het “governance” systeem goed is opgezet worden de regels door de betrokkenen net zolang aangepast tot het systeem blijkt te werken.

Elinor Ostrom heeft honderden casussen onderzocht en komt tot een aantal interessante kritische succes factoren.

  • Goede gedefinieerde grenzen
    Individuen of huishoudens met rechten om “resource units” te onttrekken aan de “common resource pool” en de grenzen aan de “common resource pool” zelf zijn helder gedefinieerd.
  • Congruentie
    Het verdelen van de voordelen door toewijzingsregels is ongeveer evenredig met de kosten van ontrekken van “resource units” aan het “resource systeem”, zoals bepaald door kostenregels (wat telt wel mee in de kosten en wat niet).
    Er zijn regels voor het toe-eigenen van “resource units”, die restricties opleggen in tijf (hoelang mag er worden gevist), plaats (waar mag wel en niet worden gevist), technologie (sleepnetten niet toegestaan) en de hoeveelheid resource units (visquota). Deze regels zijn sterk lokaal bepaald.
  • Aanpassen van de operationele regels
    Diegene, die met de operationele regels te maken hebben mogen participeren in het proces om de operationele regels aan te passen
  • Controle
    Diegene, die actief de condities van de “common-pool-resources” (het meer) en het gedrag van gebruikers bewaken moeten aan de gebruikers verantwoording afleggen of zijn zelf gebruiker.
  • Redelijke sancties
    Gebruikers, die de regels overtreden, krijgen een sanctie opgelegd, afhankelijk van de context en de ernst van de overtreding door andere gebruikers of door aangestelde personen, die verantwoording afleggen aan de gebruikers of beide
  • Conflicten oplossen
    Gebruikers en aangestelde personen hebben snel toegang tot goedkope, lokale plaatsen om hun conflicten op te lossen
  • Recht op zelf-organisatie
    Het recht van gebruikers om hun eigen instituties in te richten wordt door de overheid erkend

Tenslotte voor collectieve goederen systemen, die onderdeel zijn van een groter systeem geldt aanvullend

  • Inbedding
    Collectieve goederen systemen zijn onderdeel en ingebed in een groter systeem met meerdere lagen

Toepassingen

Zoals gezegd, wij staan voor een heleboel uitdagingen als moderne samenleving.

Er zijn grenzen aan onze groei. Daar waar het gaat knellen, zullen we moeten kijken hoe we de beschikbare middelen op een faire manier verdelen.

Gemiddeld groeit het GDP in de wereld met 2-3 % per jaar. Er komen steeds meer mensen op deze wereld en de economische groei van de afgelopen jaren was nep. Die moeten we terugbetalen, helaas niet diegene die er een vermogen mee hebben verdient, maar wel diegene, die nu de rekening krijgen en diep in de schulden zitten. Iedereen zit te kijken naar de AEX-index en hoopt op de tijden van weleer, ik denk dat het realistischer is om onze consumptie aan te passen aan wat we produceren en verdienen.

De overheid stoot veel taken af, aangezien er grenzen zijn aan de bestuurbaarheid en betaalbaarheid.  Hoe richten we de zorg, lokaal in? De transitie naar privatisering heeft helaas weer een hoop pervers gedrag afgeroepen en sinds de privatisering zijn dus de kosten dramatisch en onbeheersbaar omhoog gegaan. Het lijstje van kritische succes factoren van Elinor Ostrom helpt bij het begrijpen van dit systeemgedrag.

De hele omslag naar duurzame energie. Duurzame energie verbruikt heel veel oppervlakte, hoe gaan we dat verdelen?

 

Conclusie

Elinor Ostrom werk nodigt uit om uit te proberen en te leren, hoe we onze samenleving beter geschikt maken om  te gaan met beperkingen zonder meteen weer door te schieten in verwijten over en weer tussen liberale en socialistische kampen. Haar aanpak heeft trekjes van beide. Daar zit ook een risico in dat beide kampen hierin redenen zien om het af te schieten.

Natuurlijk is haar benadering geen oplossing voor alles, maar het is een veelbelovende start. Bovendien denk ik dat er al heel veel van dit soort zelf-organisatie in onze samenleving bestaat, zonder dat we het een Collectieve Goederen – systeem noemen. Een heel mooi voorbeeld zijn onze waterschappen, die notabene bijna door de Nederlandse overheid waren afgeschaft http://www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/kamer-wil-waterschappen-opheffen.

Blijkbaar niemand in Den Haag, die het werk van Elinor Ostrom kent. Gelukkig is door een internationaal rapport, dit voorkomen.

Dus erkenning van dit soort systemen heeft zelfs al meerwaarde om met het snelle besliswerk van tegenwoordig, te vermijden dat we de kinderen met het badwater weg gooien.

Bronnen

http://managementscope.nl/manager/elinor-ostrom

http://www.bol.com/nl/p/governing-the-commons/1001004000830387/

 

 

 

Hoera, voortaan kunnen we crises beter voorspellen?…. Mooi niet.

Ik ben al enige tijd geïnteresseerd in complexe en gecompliceerde systemen, in duurzaamheid, de interactie tussen technologie en mens/samenleving. Vooral de besturing van deze systemen is wat mij intrigeert en wat ook sterke raakvlakken heeft met mijn vakgebied “Innovatiemanagement”. Wat dat betreft is het smullen in het huidig tijdsgewricht, want er zijn in deze domeinen onopgeloste problemen genoeg, die een behoorlijke maatschappelijke relevantie bevatten.

Recent kwam ik in aanraking met het werk van Didier Sornette. Sornette is hoogleraar aan de leerstoel “Entrepreneurial Risks” aan de EHT Zürich. In juni 2013 heeft hij wat van zijn gedachtengoed gedeeld via TED.

Anders dan Taleb (auteur van de boeken “The Black Swan” and “Antifragile”), die ons adviseert om toch vooral te investeren in zaken met alleen maar “upwards potential” (ik refereer naar het boek “Antifragile”), beweert Sornette dat juist het geloof in de mythe van het opwaartse potentieel een van de aanjagers van crises is.

Sornette stelt dat in onze samenleving er een heilig geloof bestaat in de mythe, dat er welvaart gecreëerd kan worden uit het genereren van schulden. Tot 1980 werd de hoeveelheid geld in omloop in balans gehouden door dit te relateren aan productiviteit. De laatste keer dat we dat niet hadden gedaan (1929) was ons slecht bevallen. Maar 50 jaar later is de les verleerd en wordt de hoeveelheid geld in omloop gerelateerd aan consumptie en aan schulden. En de groei niet langer aan productiviteit verbetering (ongeveer 2-3 % per jaar), maar aan groeiende schulden (d.w.z. nog in de toekomst te ontwikkelen productiviteitverbetering). En daar was ie dan: “de mythe van de perpetuum geldgenerator”.

Salaris-consumptie

Het aandeel van de salarissen en de private consumptie als een percentage van het GDP voor de Verenigde Staten, de Europese Unie en Japan: Bron: Michel Husson, http://hussonet.free.fr/toxicap.xls

Het is niet de bedoeling om oude koeien uit de sloot te halen, maar de kern van Sornette zijn werk is dat hij de “bubbles” kan opsporen en dat zonder ingrijpen onvermijdelijk na zo’n “bubble” een heftige crisis volgt, die hij binnen een bepaalde waarschijnlijkheid kan voorspellen. Deze crises worden eufemistisch faseovergangen genoemd en inderdaad ze vertonen veel gelijkenis met faseovergangen in de fysica. De mechanismes zijn:

  • Het aanwezig zijn van één of meerdere stressfactoren (bijv. GDP op bases van productiviteit (salaris) vs. GDP op basis van consumptie en schulden)
  • De aanwezigheid van positieve feedback (zichzelf versterkende terugkoppeling)

Door de steeds sterker wordende stress te volgen wordt met een bepaalde waarschijnlijkheid een crises, een “dragon-king”, zoals Sornette ze noemt, voorspelbaar. Zijn theorie is in staat gebleken om niet alleen in de financiële wereld, maar ook op andere gebieden goede voorspellingen te doen, zoals aardbevingen, landverschuivingen, epilepsie, geboorte, metaalmoeheid bij raketten en ook de huidige overbelasting van onze aarde door de mensheid.

cover

 

Bron: W. Steffen, A. Sanderson, P. D. Tyson, J. Jäger, P. A. Matson et al.,”Global Change and the Earth System”, Executive Summary, IGBP Secretariat, Royal Swedish Academy of Sciences, 2004

Hier staan een aantal stress factoren, die allemaal een steeds sterkere groei laten zien. CO2, N2O, CH2-concentraties in de atmosfeer, ozonlaag, oppervlakte temperatuur, overstromingen, ecosystemen in de oceaan, de veranderende structuur en de biogeochemie aan de kust, verlies aan tropisch regenwoud, de hoeveelheid gedomesticeerd land en de afnemende biodiversiteit.

Sornette maakt de inschatting dat de komende decades de kritische grenzen zullen bereiken en dan zullen worden gedwongen om in een zeer korte tijd diep terug te vallen en hopelijk de kans krijgen naar een niveau van belasting van het milieu terug te komen die de aarde kan absorberen (duurzaamheidsevenwicht).

YouTube Link Didier Sornette: How can we predict the next financial crises

Zijn werk heeft mij weer een aantal “aha”-ervaringen opgeleverd met betrekking tot duurzaamheid en, ik heb ze hieronder vastgelegd.

Mijn conclusies met betrekking tot een transitie naar een duurzame samenleving:

  • Het is een illusie om te denken dat we de huidige manier van leven en ons organiseren kunnen volhouden.
  • Het is ook een illusie om te denken dat technologie dit voor ons gaat oplossen. Technologie kan misschien het tijdstip van de crises wat naar achteren schuiven, maar het fundamentele probleem van een samenleving met versterkende terugkoppelingen vraagt om een fundamentele politieke, sociale en economische doorbraak. Toch stoppen we als samenleving meer in technologieontwikkeling dan in sociale en misschien wel politieke innovatie (bijvoorbeeld het werk van Elinor Ostrom op gebied van Common Pool Resources)
  • Technologie bepaalt wel de relatie tussen het welvaartsniveau wat haalbaar is gegeven een duurzame belasting van ons milieu, maar gaat ons niet redden als we ons gedrag en onze samenleving niet op fundamenteel andere principes gaan herontwerpen.

Bronnen:

 

Exploding the Myth that Government Can’t Innovate for Energy

Clint Wilder, Clean Edge
March 21, 2014

Government should not pick winners and losers. Public-sector bureaucracy strangles entrepreneurship and innovation. Government can establish broad policy framework, but then should get out of the way.

Sounds very familiar, right? I’ve never been much of a fan of these truisms, so often cited and accepted as gospel by businesspeople and politicians across the opinion spectrum, not just libertarians and those on the right. And rarely have I heard this conventional wisdom debunked as eloquently and passionately as by economist and professor Mariana Mazzucato, a keynote speaker at the fifth annual ARPA-E Energy Innovation Summit outside Washington, D.C. in late February.

Mazzucato, a professor of economics and science and technology policy at the University of Sussex in the U.K., published a book last year called The Entrepreneurial State: Debunking Public vs. Private Sector Myths. Far from being an obstacle to innovation, government, Mazzucato argues, has been and continues to be a critical source of it throughout technology-based industries. Somehow, she says, we need to get past the pervasive political and cultural stereotypes that exalt the tinkerer-geniuses in Silicon Valley garages (or the Googleplex) while denigrating public-sector workers as clock-watching, paper-pushing dullards.

Continue Reading

EXERGIE in plaats van ENERGIE besparing!!

Duurzaamheid… uuh…..

Op dit moment zijn vele mensen actief betrokken bij het meer duurzaam maken van de samenleving en staat duurzaamheid hoog op de agenda bij overheden, kennisinstituten, bedrijven en particulieren. De consequenties van het te snel verbruiken van fossiele brandstoffen mag ruim 40 jaar na het uitkomen van het rapport van de Club van Rome langzaam bekend worden verondersteld….hoop ik.

Toch staan we nog maar aan het begin van een gigantische transformatie gezien het feit dat nog steeds maar heel weinig van alle energie uit duurzame energiebronnen (zon, wind, water en biomassa) komt. En het is hoog tijd dat we echt stappen gaan maken.

De huidige klimaatsveranderingen kosten nu al volgens de WHO per jaar 150.000 mensen het leven.

Tijdens mijn speurtocht kwam ik de rapporten tegen van Ecofys. Volgens hun studie uit 2011 voor het WWF moet in 2050 ongeveer 50% bespaart worden op energiegebruik en bijna 100% van de in 2050 gebruikte energie moet dan duurzaam zijn. Alleen voor een heel klein deel zal in 2050 energie uit de fossiele brandstoffen, zoals kolen, gas en olie worden gehaald.

Heb je al een idee hoe jij die 50% energiebesparing gaat halen?

Energiebesparing kan door het isoleren van huizen, het zuinig omgaan met energie (trui aan de thermostaat een graadje lager, geen computers, Tv’s ..etc.. onnodig aan laten staan, wat dacht je van de fiets) en het aanschaffen van energiezuinige apparaten.

Daarnaast ook door te zorgen dat er minder energiefluctuaties ontstaan (DUS: niet iedereen s’avonds om 7 uur de vaatwasser aan), waardoor extra centrales nodig zijn om de pieken op te kunnen vangen.

De vraag is hoe gaan we uiteindelijk 50 % energiebesparingen in 2050 voor elkaar krijgen? In de wereld, in Nederland?

Al googelend stuitte ik op een interessante presentatie van Arnold Grubler van IIASA. Arnold Grubler heeft zich bezig gehouden met Urban Energy Systems. En terecht wijst hij op het feit dat we op stedelijk niveau nog niet zo goed naar energiehuishouding hebben gekeken, wel op wereld, landelijk en huishoudniveau, maar niet op een stedelijk niveau. Dat is raar want nu al zit 50% van de wereldbevolking in een stedelijke omgeving (steden met meer dan 100.000 inwoners). Volgens Grubler ontbreekt het ons eigenlijk nog aan goede modellen om op stedelijk niveau goed te kunnen analyseren en keuzes te maken.

Er is kwaliteitsverschil in energie

Arnold Grubler zette mij op het spoor dat de ene energie de andere niet is. De figuur die mij triggerde was een weergave van energiestromen voor de stad Vienna.

Vienna

Wat je hier ziet is een zogenaamde Sankey-diagram, waarin secundaire energie (energie, die al is opgewerkt zodat de samenleving ze kan gebruiken), omgezet wordt naar Final Energy (energie, zoals die wordt afgenomen door de eindgebruiker), en uiteindelijk naar energie (Useful Energy), die wij echt gebruiken. Nu blijken er twee soorten verliezen, allereerst het verlies van energie als totaal (dat is in het voorbeeld van Wenen ongeveer 50%), maar daarnaast is er ook nog verlies van de bruikbare energie, de zogenaamde exergie.

Wat is Exergie?

Zonder nu weer in allerlei formules te duiken vond ik een aardige beschrijving op een website van de TU Delft, afdeling Engineering Systems & Services: http://www.tbm.tudelft.nl/over-faculteit/afdelingen/engineering-systems-and-services/sectie-ei/medewerkers/lydias/exergie/inleiding/introductie/.

Citaat:

“Energiestromen hebben allerlei toepassingsmogelijkheden, zoals ruimtes verwarmen, verlichting en motoren laten draaien. Hoe meer toepassingsmogelijkheden een energiestroom heeft, hoe meer waarde zo’n stroom vertegenwoordigt. Zo vertegenwoordigt elektriciteit een hoge waarde. Elektriciteit kan bijvoorbeeld gebruikt worden om een straalkacheltje te laten werken, een lamp te laten branden en een mixer te laten draaien. Heet water heeft minder waarde want je kunt er praktisch alleen maar een ruimte mee verwarmen of mengen met koud water om te gebruiken als warm badwater. Het aantal toepassingsmogelijkheden of de waarde van een energiestroom, wordt ook wel aangeduid met de kwaliteit van die energiestroom.

Vergelijk het maar met geld. Met een muntstuk van vijf gulden kun je meer doen dan met twee kilo appels ter waarde van vijf gulden; je kunt met dat muntstuk immers gemakkelijker peren kopen dan dat je iemand vindt die jouw appels voor peren wil ruilen. Zo is elektriciteit te vergelijken met geld, en warmte met appels (of peren).”

Weer terug naar het plaatje van Wenen. Daar vindt in het systeem een behoorlijk verlies van hoogwaardige energie plaats, namelijk van 100% naar 17 % uiteindelijk omgezet naar iets bruikbaars.In die omzetting vindt zo’n 66% van de inefficiëntie in het uiteindelijke gebruik plaats.

Kan dat niet veel beter en waar moeten we aan gaan werken?

Ook in de US zijn ze wakker geworden want er is een studie van de American Council for an Energy-Efficient Economy (ACEEE), die tot een vergelijkbare conclusie aan het komen is (Zie een blog “Forget Energy Efficiency, Think Exergy” van Katherine Tweed op de GreenTech Media website). Dat is een take-away: We gaan met deze nieuwe benadering niets winnen, als onze policymakers, gebruikers en bedrijven niet op deze manier naar energie gaan kijken.

In Nederland heb ik werk op dit gebied weten te vinden vanaf 2007 van TU Delft, afdeling Engineering Systems & Services. Met zelfs een voorbeeld van een Exergieplanning van de regio Parkstad Limburg:

regio aanpak

http://www.ribuilt.eu/Portals/0/Docs/Partners/Nieuwe_Energie/Publicaties/An_Exergy_Planning_Approach_for_the_Region_Parkstad_Limburg.pdf.

Een voorbeeld op gebiedsniveau. Op deze wijze worden allerlei aktiviteiten zoals industrie, allerlei gemeentelijke en buurtvoorzieningen, huishoudens en met elkaar verbonden en wordt er hoogwaardige energie bespaart. Helaas heb ik nog geen echte concrete kosten-baten analyse gezien.

En exergieverbetering in een huishouding?

Effe googelen en daar hebben we weer een leuk onderzoekje, dit keer uit Zweden: “Exergy Analysis in Buildings : A complementary approach to energy analysis” Marco Molinari uit 2009. Hier een plaatje uit zijn verhaal:

househoilexergy

De Carnot-factor zegt iets over hoe zuinig er met exergie wordt omgegaan (1 = perfect, kan niet beter en hoe dichter bij de 0, hoe meer verkwisting).

Om die 50% energiebesparing te vinden, moeten hier toch kansen liggen. Op de huidige manier gooien we heel veel weg.

De eerst stap is om uit te zoeken hoe een exergie-zuinig huishouden er uit ziet….

5 BENEFITS OF LOWER TEMPERATURES AT HOME, BACKED BY SCIENCE

Date: January 20 2014 | Author: Jessica

Lowering the temperature of your thermostat can do more than reduce your energy bill (although we think that benefit is so awesome that it still made the list). Dropping temps just two to five degrees can also help you lose weight and provide a better night’s sleep.

If you’re not ready take the temperature plunge 24/7 this winter, consider only dropping household temps at night or while you’re at work. Tests show that lowering your home’s temperature for at least four hours a day will make a difference.

Here are five ways that lowering your thermostat can improve your life.

Continue Reading ->

Tower To Rise At MoMA PS1, With Self-Assembling Bricks

THE WINNER OF THE 2014 YOUNG ARCHITECTS PROGRAM FEATURES SELF-ASSEMBLING BRICKS MADE OF CORN HUSKS AND A KIND OF MUSHROOM ROOT

Shaunacy Ferro, February , 2014

MoMA PS1 has selected the winner of its annual Young Architects Program, a temporary outdoor installation that will open in late June. Hy-Fi, the winning project from David Benjamin of The Living, features self-assembling bricks made of organic material, and will be nearly carbon neutral in its construction.

Benjamin’s bio-design concept will consist of two kinds of brick: some made out of live organic material, and some reflective bricks. For the organic bricks, chopped up corn husks are recycled to combine with mycelium, a kind of mushroom root material. The mixture is then packed into a mold. The reflective bricks, placed at the top of the tubular structure, bounce light off a daylight mirror film coating onto the organic material below, helping them self-assemble into a brick shape and solidify. The shape of the structure pushes hot air out the top, drawing in cool air below.

Continue Reading ->

PIM Trendrapport 2014: Welkom in het tijdperk van de homo socius

We have to speak to whole human beings, with minds, hearts and spirits – Philip Kotler

MARIEKE HEESAKKERS, 06 FEBRUARI 2014

Verbinden, delen en dienstbaar zijn. Dat is de nieuwe werkelijkheid. Althans, volgens de auteurs van het PIM Trendrapport 2014, dat dinsdag 28 januari jl. onder grote belangstelling gepresenteerd werd. Dit gebeurde tijdens een PIM themasessie, gehost werd door Canon in Den Bosch. Sinds 2004 brengt PIM jaarlijks een rapport uit. Dit jaar geschreven door ‘21st century marketeers’ Stefan Harzevoort (Redhotminute) en Aljan de Boer (&samhoud). In een tijd waarin je met lijstjes en opsommingen om je oren wordt geslagen, is dit een inspirerend, maar ook praktisch rapport. Gebaseerd op veel theoretisch onderzoek en aangevuld met de ervaring en het Fingerspitzengefühl van experts én een toolbox vol nieuwe marketingtechnieken om je te inspireren. Een must-read en niet alleen voor marketeers. In deze blogpost de belangrijkste bevindingen.

Continue Reading ->